Rotterdam Ahoy | 6 & 7 Oktober 2027

Return on Innovation: de metric die bepaalt wie de komende jaren overleeft

De Rotterdam Processing Week is voorbij, de beursvloer is opgeruimd, de stands zijn afgebroken. Wat overblijft: een sector die voelbaar in beweging is, maar nog zoekt naar de volgende versnelling.

In de nieuwste aflevering van de Processing Podcast blikken drie spelers terug én vooruit: Patrick de Bondt (Easyfairs Nederland), Lisanne van Oosterhoud (projectcoördinator bij Next Tech Food Factories) en Guido Monchen (applicatieengineer bij Batenburg Bellt, onderdeel van Batenburg Industrial Automation).

Table of Contents

Drie beurzen, één vraag: hoe kom je één stap verder?

Rotterdam Processing Week is geen klassieke ‘generalistische’ beurs. Het zijn feitelijk drie nichebeurzen in één hal: Solids, Pumps & Valves en M+R. “Het mooie wat ik heb gezien is dat de overlap tussen bezoekers zo aanwezig is,” vertelt Patrick de Bondt.

Die overlap onderstreept waar de sector mee bezig is: integrale vraagstukken, niet losse componenten. Digitalisering, verduurzaming en arbeidsmarktkrapte lopen dwars door alle segmenten heen.

Wil om te automatiseren is er, maar kennis waar te starten en aan te kloppen voor ondersteuning mist

Op de beursvloer was één thema overal hoorbaar: de wil om te automatiseren. “Bedrijven zijn bezig met automatisering of al ver gevorderd,” zegt De Bondt. “Die wil is er absoluut. Maar soms mist het gewoon aan de juiste kennis of begeleiding.”

Guido Monchen ziet hetzelfde in de praktijk. “Je ziet dat er heel veel data al verzameld wordt, maar dat er eigenlijk nog niet heel veel mee gedaan wordt,” legt hij uit. “Heel veel interacties van operators worden gelogd, zitten allemaal in systemen. De vraag is: wat gebeurt ermee? Vaak nog weinig.”

Van ROI naar “return on innovation”

Lisanne van Oosterhoud werkt bij Next Tech Food Factories dagelijks met foodproducenten aan innovatieprojecten rond robotisering, digitalisering en automatisering. Zij ziet dat bedrijven vastlopen op één cruciale vraag: wat levert het concreet op?

“Wat heel vaak ontbreekt, is een duidelijke ROI,” zegt ze. “We noemen het wel eens de ‘return on innovation’, niet de ‘return on investment’. Wat krijg je met je innovatie terug? Dat moet je echt meetbaar kunnen maken. En dat is vaak nog een uitdaging.”

Daar zit een belangrijk psychologisch breekpunt voor de zogenoemde middenmoot: de bedrijven die niet vooroplopen, maar ook niet stil willen blijven staan. Zij hebben inspiratie nodig, concrete voorbeelden en harde effecten.

Volgens Van Oosterhoud is sociale innovatie minstens zo belangrijk als technologische innovatie. Begrip voor elkaars risico’s en businessmodel is een randvoorwaarde om stappen te zetten. “De partij waar geïmplementeerd wordt, draagt uiteindelijk het grootste risico. Dat moet je als consortium herkennen en serieus nemen.”

Eerst data op orde, dan pas denken aan AI

AI en digital twins zijn op dit moment de buzzwords in de industrie. Maar aan tafel wordt scherp gerelativeerd. “AI kan niks als je geen goede data hebt,” stelt Van Oosterhoud. “Ga eerst met die eerste stap aan de slag. Niet meteen naar digital twins of geavanceerde AI, tenzij je al verder bent op innovatievlak. En dat zijn er niet zo heel veel.”

Monchen sluit daarbij aan. Hij ziet in de praktijk dat veel winst nog zonder high-end algoritmes te halen is.“Je hoeft echt niet naar een volledig AI-gestuurde fabriek om winst eruit te halen,” zegt hij. “Door alleen al je proces inzichtelijk te maken en bijvoorbeeld te kijken waar het meeste tijd verloren gaat, kun je al forse stappen zetten. Vaak is er nog niet eens AI nodig.”

Zijn advies is expliciet: begin klein, kies een bottleneck, maak de data inzichtelijk en leer daarvan. Niet als los project, maar als opmaat naar een roadmap met vervolgstappen.

Mens + machine: kennis vangen en werk leuker maken

Digitalisering en robotisering worden nog te vaak geassocieerd met baanverlies. De praktijkvoorbeelden in de podcast laten een ander beeld zien.

Van Oosterhoud vertelt over een bakkerij waar een robot zwaardere tilwerkzaamheden overnam. “In eerste instantie was de terughoudendheid groot. Uiteindelijk kreeg de gele robot de naam Tweety en werd hij onderdeel van de werknemerspool. De bakkers hoefden het zware werk niet meer te doen en konden zich focussen op de receptuur en het brood. Het werk werd leuker.”

Monchen ziet dezelfde ontwikkeling binnen data intelligence. Chatbot-achtige interfaces bovenop technische databases ontlasten engineers van repeterende vragen. “Zo’n interface is super nuttig om snel informatie uit systemen te halen. Het ontlast mensen van routineklusjes, zodat ze zich kunnen richten op verbeteringen.”

Voedselverwerkende industrie: de onzichtbare reus van Europa

Een opvallend punt in het gesprek: de voedselverwerkende industrie krijgt nauwelijks de erkenning die past bij haar omvang en maatschappelijke belang.

“De voedselverwerkende industrie is nog steeds de grootste industriële sector van Europa en Nederland,” benadrukt Van Oosterhoud. “Maar er wordt heel weinig over gesproken. De agrarische sector en de consument krijgen veel aandacht, maar de schakel ertussen – hoe producten gemaakt worden – blijft onderbelicht.”

Daarmee mist de sector zichtbaarheid richting politiek, maatschappij én jonge talenten. Terwijl juist in de food veel innovatiekracht schuilgaat: van fotonica en sensoren tot slimme robotica en geavanceerde grippers.

Volgende generatie: talent aantrekken met echte innovatie

De toekomstige versnelling hangt direct samen met een andere vraag: wie gaat al die innovaties realiseren en onderhouden? Op de beursdagen waren meer studenten dan eerdere edities, merkt De Bondt op, en dat stemt hem positief. “Je zult er iets mee moeten. Studenten zijn geen ‘pennenjagers. Als je ze in die categorie stopt, doe je ze tekort.”

Monchen ziet in zijn werk met universiteiten een generatie die vooral gedreven wordt door impact en duurzaamheid. “Ze willen aan echte problemen werken. Laadpleinen voor bussen, elektrificatie van vrachtwagens, optimalisatie van processen. Als ze zien dat hun algoritmes daadwerkelijk in de praktijk worden toegepast, geeft dat enorme energie.”

De boodschap aan bedrijven is helder: wie jong talent wil aantrekken, moet innovatie zichtbaar maken. Geen lege slogans, maar tastbare projecten, praktijkcases en ruimte om te experimenteren.

Samenwerking als voorwaarde, niet als slogan

Wat in de eerste aflevering van de podcast met, Machevo voorzitter, Perry Verberne al ter sprake kwam, keert hier terug als eindpunt: samenwerking is geen nice-to-have, maar een systeemvoorwaarde.

“Innovatie doe je nooit alleen,” zegt Van Oosterhoud. “Je moet weten wie wat doet, elkaars business begrijpen en respecteren. Nederland is daarin nog best versnipperd. Er kan veel meer in samenwerking tussen organisaties die er juist voor zijn om het bedrijfsleven te helpen.”

De Bondt ziet in Rotterdam Processing Week precies die rol: een plek waar ketens zichtbaar worden en waar partijen elkaar vinden. “Er is geen plek in het jaar waar je in één dag zoveel mensen uit jouw sector kunt spreken. Dat is de kracht van live events.”

 

Geschreven door: Patrick de Bondt

Interesse in Rotterdam Processing Week of één van onze beurzen? 

Vraag direct advies aan onze specialisten over deelname, zichtbaarheid en leads. Laat je gegevens achter; we komen snel bij je terug.

NIEUWSBRIEF

Ontvang nieuws uit uw sector als eerst in uw mailbox